| Merendeel van vragen van parlementsleden aan regering van lopende zaken blijft onbeantwoord |
|
| vrijdag 30 november 2007 | |
De datum van de verkiezingen ligt bijna een half jaar achter ons. De hele toestand rond de aanslepende onderhandelingen zorgt uiteraard voor de nodige verwarring bij de bevolking. Nogal wat kiezers hebben het idee dat zolang er geen regering is, het parlement technisch werkloos is. Nochtans hebben de parlementsleden het recht om de huidige regering – die op 10 juni door de kiezer werd afgestraft – te ondervragen over de lopende zaken.Als nieuw parlementslid wil ik datgene doen waar een parlementslid ondermeer voor verkozen is. Namelijk door het stellen van schriftelijke en mondelinge vragen, het vraag- en informatierecht ten volle uit oefenen. Ik ben daar uiteraard niet alleen in. Sinds de verkiezingen en meerbepaald sinds het zomerreces ten einde is hebben heel wat collega’s schriftelijke en mondelinge vragen ingediend. Een vage telling toont aan dat er reeds honderden, waarschijnlijk meer dan 1000 schriftelijke vragen werden gericht aan de leden van de regering van lopende zaken. Slechts op een klein deel; ongeveer op 1/5 van de ingediende vragen is reeds een antwoord gevolgd. Van de 170 ingediende schriftelijke vragen van de parlementsleden van de Vlaams-Belangfractie werd slechts 1/5 beantwoord (waarvan slechts een deel binnen de voorziene termijn); van 70% (119 vragen) van de onbeantwoorde vragen is de termijn reeds lang verstreken. Sommige regeringsleden beantwoorden geen enkele schriftelijke vraag. Hetzelfde doet zich voor bij de vragen van de parlementsleden van de andere fracties. Hetzelfde met de mondelinge vragen. Het reglement van orde bepaalt dat er wekelijks mondelinge vragen kunnen gesteld worden aan de regeringsleden. Eergisteren kwam voor het eerst de commissie Landsverdediging bijeen. Afgelopen woensdag werden de mondelinge vragen – waarvan sommige reeds meer dan 2 maanden geleden ingediend – door de minister beantwoord. Zulke manier van werken is niet ernstig. Artikel 123 en 127 van het reglement van orde bepaalt de werkwijze van de behandeling van de mondelinge en schriftelijke vragen. Er is hierop geen uitzondering voor een regering van lopende zaken! Ik had van parlementsvoorzitter Van Rompuy verwacht dat hij er over zou waken dat het reglement van orde van de Kamer zou gerespecteerd worden. Gisteren heb ik er hem zowel tijdens als na de zitting over aangesproken. Momenteel dreigt het reglement een vodje papier te worden. Wanneer op een lager politiek niveau – bijvoorbeeld in gemeente- en OCMW-raden – het vragenrecht wordt geschonden, dan wijst de gouverneur de betrokken besturen terecht. De voorzitter was verwonderd over mijn vraag. Op het hoogste politieke niveau tolereert de voorzitter tijdens de lopende zaken chaos ipv een goede werking. De mentaliteit van sommige regeringsleden is onaanvaardbaar. Verantwoordelijkheid dragen tegenover de lopende zaken is toch niet gelijk aan een lange periode van politiek verlof voor de regeringsleden en hun kabinetsmedewerkers? Het niet beantwoorden van de vragen van parlementsleden geeft de indruk dat het parlement volledig monddood wordt gemaakt. Om aan deze toestand een einde te maken heb ik een voorstel tot reglementswijzing ingediend. Bruno Stevenheydens Volksvertegenwoordiger Vlaams Belang Voorstel tot wijziging van het Reglement van de Kamer van Volksvertegenwoordigers (ingediend door Bruno Stevenheydens) TOELICHTING De leden van de Kamer hebben het recht om aan de regering mondelinge en schriftelijke vragen te stellen. Artikel 123 van het reglement bepaalt dat het antwoord op een schriftelijke vraag binnen de twintig dagen aan de voorzitter dient te worden gezonden. Vraag en antwoord worden opgenomen in het Bulletin van Vragen en Antwoorden, dat om de week verschijnt gedurende de periode waarin de Kamer vergadert. Enkel voor het zomerreces wordt volgens het reglement een afwijking toegestaan op de antwoordtermijn voor de schriftelijke vragen. Artikel 127 bepaalt de werkwijze van het stellen van de mondelinge vragen in de commissies. Wanneer er na verkiezingen nog geen regering is gevormd kunnen de Kamerleden mondelinge en schriftelijke vragen stellen aan de leden van de regering van lopende zaken. Uit de praktijk blijkt dat er een gewoonte bestaat dat de leden van de regering van lopende zaken het recht geeft om zelf te bepalen of ze wel of niet op de schriftelijke vragen antwoorden en dat hen het recht geeft om zelf te beslissen om op de commissies aanwezig te zijn. Door deze mentaliteit wordt het recht van de parlementsleden om zich te informeren en vragen te stellen aan banden gelegd. Nochtans dragen de regeringsleden verantwoordelijkheid tegenover de bevoegdheden in het kader van de lopende zaken. De indiener van deze reglementswijziging meent dat ook tijdens een regering van lopende zaken het vraag- en informatierecht van de parlementsleden niet uitgehold mag worden. Anders dreigt het parlement door het uitblijven van een nieuwe regering monddood te worden gemaakt. De afgelopen maanden werd het merendeel van de schriftelijke vragen die conform met het reglement werden ingediend niet beantwoord. Slechts een deel werd beantwoord en uitzonderlijk werd een antwoord gegeven binnen de door het reglement omschreven termijn. Sommige ministers zijn slechts sporadisch of zelfs helemaal niet bereid om naar de commissies te komen om antwoord te geven op de ingediende mondelinge vragen. Dit voorstel wil in het reglement opnemen dat de ministers die deel uitmaken van een regering van lopende zaken verplicht zijn om conform het reglement te antwoorden op de mondelinge en schriftelijke vragen van de Kamerleden. VOORSTEL Artikel 1 In artikel 123 wordt volgende bepaling onmiddellijk na de 2de alinea ingevoegd: “Ook tijdens een periode van een regering van lopende zaken zijn de leden van de regering verplicht om te antwoorden op de vragen van de Kamerleden.” Artikel 2 In artikel 127 wordt in het 1ste punt volgende bepaling toegevoegd: “Ook tijdens een periode van een regering van lopende zaken zijn de leden van de regering verplicht om te antwoorden op de vragen van de Kamerleden die te maken hebben met hun bevoegdheden. Voor het beantwoorden van deze vragen dienen zij uiteraard de commissievergaderingen bij te wonen.” Bruno Stevenheydens Volksvertegenwoordiger |
| < Vorige | Volgende > |
|---|

De datum van de verkiezingen ligt bijna een half jaar achter ons. De hele toestand rond de aanslepende onderhandelingen zorgt uiteraard voor de nodige verwarring bij de bevolking. Nogal wat kiezers hebben het idee dat zolang er geen regering is, het parlement technisch werkloos is. Nochtans hebben de parlementsleden het recht om de huidige regering – die op 10 juni door de kiezer werd afgestraft – te ondervragen over de lopende zaken.Als nieuw parlementslid wil ik datgene doen waar een parlementslid ondermeer voor verkozen is. Namelijk door het stellen